Wat is Dyslexie?

Dyslexie is een leerstoornis, die zorgt voor problemen met voornamelijk lezen, spelling en schrijven. ‘Dys’ betekent verstoord functioneren en ‘lexie’ betekent woord, vandaar dat dyslexie ook wel eens woordblindheid wordt genoemd. De officiële definitie luidt: een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau. Dyslexie kan zowel bij kinderen als volwassenen voorkomen.

Dyslectisch: waar in de hersenen gebeurt dit?
Bij mensen die dyslectisch zijn, gaat het ordenen van informatie in de hersenen anders dan bij mensen die het niet hebben. Wanneer je leest of schrijft, gebruik je normaal gesproken drie gebieden in het linkerdeel van de hersenen. Dyslectische kinderen gebruiken de drie gebieden ook, maar de activiteit per gebied verschilt. Zo gebruiken niet-dyslectici vooral het deel dat geschikt is voor analyse van woorden (het parieto-temporaal gebied), terwijl dyslectici dit gebied minder actief gebruiken. Zij leunen bij lezen en schrijven vooral op het gebied dat zich richt op articulatie en stillezen ( het zogenaamde inferior frontale gyrus).

Oorzaak van dyslexie

De exacte oorzaak van dyslexie is niet bekend. Het is wel duidelijk dat de verklaring van de letter-klankkoppeling in de hersenen van mensen met dyslexie verstoord is. Hoe dat precies in zijn werk gaat, is nog onbekend. Dyslexie is aangeboren. Kinderen waarvan de ouders dyslectisch zijn, hebben vier keer meer kans om het ook te krijgen.

Symptomen van dyslexie

Merkbaar is dat er problemen zijn met het aanleren en toepassen van lezen en spelling. Letters worden omgedraaid en woorden worden verkeerd geschreven of gelezen. Ook simpele berekeningen kosten veel tijd en er worden fouten gemaakt. Er zijn verschillende gradaties: niet iedere dyslecticus hoeft zware leerproblemen te hebben; over het algemeen heeft iemand met dyslexie meestal moeite met:

  • het verwerken van letters en klanken (informatie).
  • het omzetten van letters (visueel) in klanken (auditief).
  • het leren van ‘droge’ feiten.
  • het automatisch toepassen van relevante kennis bij schriftelijke en mondelinge taken; iemand moet dus steeds blijven nadenken bij bijvoorbeeld het lezen van een stuk tekst.
  • het tempo, de complexe taken en de concentratie bij schriftelijke en/of mondelinge taken.

Per leeftijdsgroep kunnen de symptomen verschillen.

Niet minder intelligent!

Het is een misvatting dat dyslectici minder intelligent zouden zijn. Dat is niet waar. Zo was Einstein dyslectisch. Vaak blijken mensen met dyslexie zelfs nieuwsgieriger dan gemiddeld, maken ze beter gebruik van hun zintuigen en kunnen ze goed op hun intuïtie werken.