Wat is epilepsie?

Epilepsie wordt veroorzaakt door een stoornis in de hersenen. Alles wat je denkt en doet, wordt aangestuurd door de hersenen. Zonder deze aansturing kun je niet bewegen, horen, ruiken, zien of zelfs ademhalen. De hersenen bestaan uit miljarden hersencellen, die voortdurend boodschappen aan elkaar doorgeven. Die boodschappen geven ze door middels elektrische signalen en chemische stoffen. Soms wordt dit systeem verstoord, en is er sprake van een plotselinge ongecontroleerde elektrische ontlading van de hersencellen. Er ontstaat dan een soort kortsluiting in de hersenen, die zich uit middels aanvallen. Deze aanvallen worden epileptische insulten genoemd. In 2010 hadden ongeveer 120.000 Nederlanders een vorm van epilepsie. Epilepsie komt op alle leeftijden voor. De eerste aanvallen komen het meeste voor als je ongeveer twintig jaar bent. Of juist ouder dan 65.

Oorzaken van epilepsie

Bij de meeste mensen met epilepsie is er geen duidelijke oorzaak te vinden. Als epilepsie in de familie voorkomt, heb je meer kans het zelf ook te krijgen. Ook door een hersenvliesontsteking of een hersenbeschadiging, zoals bij een ongeluk of een beroerte, kun je epilepsie krijgen. Je hebt pas officieel epilepsie, als je twee of meer aanvallen hebt gehad en er is aangetoond dat de oorzaak hiervan een storing in de hersenen is. Als kinderen een koortsstuip hebben, ligt de oorzaak niet in de hersenen, maar komt het door een snelle temperatuursverhoging. Een koortsstuip is dus geen teken van epilepsie.

Als je epilepsie hebt, zijn er verschillende factoren die de kans op een insult vergroten, zoals alcohol- en drugsgebruik, (over)vermoeidheid of flitsende lampen.

Symptomen van epilepsie

Er zijn twee soorten epilepsieaanvallen:

  • partiële aanvallen
  • gegeneraliseerde aanvallen

Partiële aanvallen

Bij een partiële aanval begint de kortsluiting in een deel van de hersenen. In de meeste gevallen raak je niet buiten bewustzijn en kun je na de aanval beschrijven wat er gebeurd is. Verschijnselen van een partiële aanval zijn bijvoorbeeld:

  • tintelingen in een arm.
  • het zien van lichtflitsen.
  • iets horen of ruiken dat er niet is.
  • onwillekeurig smakken.
  • onrustig bewegen.

Een partiële aanval kan overgaan in een gegeneraliseerde aanval

Gegeneraliseerde aanvallen

Als je een gegeneraliseerde aanval hebt, doen alle delen van de hersenen mee met de aanval. Je bent dan buiten bewustzijn en kunt je achteraf niet herinneren wat er gebeurd is. Soms duren de aanvallen zo kort, dat anderen het niet merken. Gegeneraliseerde aanvallen kun je onderverdelen in verschillende typen. De soorten aanvallen, die het meest voorkomen zijn:

  • Absences. Een absence wordt ook wel petit mal genoemd. Bij een absence ben je enkele seconden afwezig, buiten bewustzijn. Voor buitenstaanders lijkt het of je even stopt waar je mee bezig bent. Soms draai je met je ogen. Absences komen het meest voor bij kinderen.
  • Myoclonische aanvallen. ‘Myo’ betekent spier en ‘clonisch’ betekent samentrekken. Bij een myoclonische aanval ben je kort buiten bewustzijn en heb je spierschokken in armen en/of benen.
  • Tonisch-clonische aanvallen. ‘Tonisch’ betekent verkrampt, aangespannen. Een tonisch-clonische aanval wordt ook wel grand mal genoemd. Bij dit soort aanvallen spannen eerst alle spieren zich aan: je verkrampt. Daarna krijg je spierschokken over het hele lichaam. Vervolgens verslappen alle spieren. Bij een tonisch-clonische aanval raak je bewusteloos.

Deze aanvallen zijn bijna altijd tijdelijk. De aanval houdt vanzelf op waarna je weer bijkomt. Als een tonisch-clonische aanval langer dan vijf minuten duurt, moeten omstanders 112 bellen. Als een aanval niet overgaat of de ene aanval volgt de andere op en het duurt langer dan een half uur, dan heb je een status epilepticus. In dat geval moeten omstanders altijd medische hulp inschakelen.