Hersenkneuzing (Contusio cerebri)

Een hersenkneuzing wordt ook wel contusio cerebri genoemd. Bij een hersenkneuzing beschadigen de hersenen. Een hersenkneuzing is daarom ernstiger dan een hersenschudding. Bij een hersenkneuzing bent u minimaal vijftien minuten bewusteloos. Ook bent u minimaal een uur van uw geheugen kwijt.

Wat is de oorzaak?

Een hersenkneuzing ontstaat door een snelle, heftige beweging van het hoofd, waarbij de hersenen heen en weer worden geschud. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een ongeval of na een harde klap op het hoofd. Door de klap beschadigen de hersenen. Ook ontstaan er bloedingen en vochtophopingen in de hersenen. Het bloed en het vocht kunnen de hersenen wegdrukken. Daardoor beschadigen de hersenen verder.

Geheugenverlies

Patiënten met een lichte tot matige hersenkneuzing zijn minimaal een uur tot maximaal dertig dagen hun geheugen kwijt. Als patiënten meer dan dertig dagen van hun geheugen kwijt zijn, is er sprake van een ernstige hersenkneuzing. Dit komt minder vaak voor.

Welke klachten kunt u hebben?

Als u een hersenkneuzing heeft, dan kunt u verschillende klachten hebben. Afhankelijk van de plaats van de hersenschade en de ernst van de kneuzing, kunnen er neurologische stoornissen optreden, zoals verlammingen.

De klachten zijn verdeeld in drie soorten problemen: lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn en duizeligheid. Cognitieve klachten, problemen met het geheugen of met leren. Tot slot kunnen patiënten ook problemen hebben met hun gedrag en emotie. Ze zijn dan bijvoorbeeld somber of juist heel agressief.

Lichamelijke klachten

  • hoofdpijn
  • duizeligheid
  • slaapproblemen
  • vermoeidheid
  • minder goed kunnen ruiken of proeven
  • veranderingen op het gebied van seksualiteit
  • spierzwakte of spierstijfheid
  • coördinatie- en evenwichtsproblemen
  • spraakproblemen
  • problemen bij plassen en stoelgang
  • loopproblemen
  • slikproblemen

Cognitieve klachten

  • aandacht- en concentratieproblemen
  • geheugenproblemen
  • minder snel denken en handelen
  • oriëntatieproblemen
  • overgevoeligheid voor veel prikkels
  • leerproblemen
  • planningsproblemen
  • taalproblemen en problemen met rekenen
  • problemen met het coördineren van dagelijkse en/of moeilijke handelingen

Gedrag en emotie

  • depressieve stemming
  • angst- en spanningsgevoelens
  • overgevoeligheid voor prikkels van buitenaf
  • slecht presteren onder tijdsdruk en problemen met omgaan van drukte en stress
  • verandering in de beleving van seksualiteit
  • verhoogde prikkelbaarheid
  • emotionele labiliteit
  • impuls gedrag
  • initiatiefverlies
  • verminderde flexibiliteit
  • verminderd ziekte-inzicht
  • egoïstisch denken/gedrag
  • agressief gedrag
  • ontremd gedrag (decorumverlies)
  • aandacht vragend gedrag